Home
Israël 2012
Bali 2013
Gran Canaria 2013
Rusland 2013
Foto's Rusland 2013
Reünie POV 2013
Egypte 2014
Fotomiddag bestuur
Ubbergs Volkslied
Verhuizing
koningspaar BUB
keizerspaar BUB 2007
keizerspaar BUB 2012
Kermis 2010
Schuttersfeest 2011
gedichten
van arts naar .....
Kopstukken familie 1
Kopstukken familie 2
Nog meer kopstukken
Foto's
Links
Gastenboek
Contact
Sitemap

                                                        Van arts naar dochter.

 

Dit is een ingekorte versie van het essay dat Fenna schreef voor de werkgroep "Literatuur en Geneeskunde".

Deze versie is gepubliceerd in de Radbode van 7 oktober 2005, jaargang 31, nummer 16.

 

  

 

 

De dag dat ik te horen kreeg dat mijn vader darmkanker had zal ik nooit vergeten. Alle dingen die we in de opleiding hadden gehoord was ik spontaan vergeten, het kon me niet schelen wat ze zeiden over prognose en behandelingen. Het enige wat ik wilde was dat alles een droom zou blijken te zijn. Ik voelde me machteloos, hulpeloos, angstig en bovenal kwaad. Waarom moest dit juist mijn vader overkomen, die nooit een vlieg kwaad deed en altijd gezond had geleefd?

Echt tijd om daar over na te denken kreeg ik echter niet want met de diagnose begon ook de medische molen. Mijn vader werd een nummer die op een wachtlijst werd gezet voor de benodigde onderzoeken en de operatie, enkele weken later. Die weken zijn geestelijk moordend. Telkens als ik naar mijn vader keek dacht ik aan die groeiende kanker in zijn lichaam. Alle rationaliteit viel weg en het enige wat ik wilde was die operatie en wel NU. Eindelijk was het dan zover.

Helaas kwam daarna meteen de volgende klap. De operatie bleek niet voldoende, niet alles was verwijderd. Opnieuw gingen we de medische molen in, deze keer met bestralingen er als een extraatje aan toegevoegd.

Tijdens deze bestralingen veranderde het beeld van mijn vader. Mijn grote sterke vader (zoals ieder kind zijn vader onbewust toch ziet) veranderde in een klein  mannetje, zoals hij daar doodstil in die grote machine lag, achter die centimeters dikke loden deur. En hoe breekbaar leek hij na die tweede operatie.

De eerste keer dat hij drie minuten op een stoel kon zitten waren we zo blij als een kind, en helemaal toen hij de eerste stukjes kon lopen. Langzaam leefde ik niet meer per dag, maar begon ik te hopen op een toekomst met mijn vader in mijn leven. Nog steeds is mijn angst niet geweken, iedere drie maanden als we de uitslag van de controle te horen krijgen houd ik mijn hart vast.  Maar tot nu toe loopt alles op rolletjes.

Naarmate het beter gaat met mijn vader krijg ik meer tijd om mijn eigen gevoelens te verwerken. Lang heb ik me bezig gehouden met de vraag: “Waarom  hij, waar had hij dit aan verdiend?” Na nachten te hebben wakker gelegen kwam ik tot de volgende wedervraag: “Waarom  hij niet?”  Ik had hem graag bespaard maar een ander wens ik het ook niet toe. Ik geloof dat ziekte iets is dat mensen gewoon overkomt, ongeacht hoe gezond je wel of niet mag wezen, dus waarom niet mijn vader?  Zou het voor een ander minder zwaar zijn geweest? Waarschijnlijk niet en ook  die ander heeft familie en vrienden die het net zo moeilijk zullen hebben als wij het hebben  gehad.

Heeft mijnvaders ziekte nut gehad? We zijn er als gezin zeker sterker uitgekomen en nemen dingen niet meer zomaar als vanzelfsprekend aan. Maakt het dat de ziekte zin heeft gehad? Ik weet het niet en zal er waarschijnlijk ook niet uitkomen.